Engels op de uni? Doe maar niet.

Ja, ik heb net 4 jaar in het Engels gestudeerd.

We moeten stoppen met Engels op de universiteit, zolang we nog lesgeven op de middelbare school zoals we doen.

Ik was het (bijna) eens met de studente geschiedenis die vandaag in 1Vandaag reageerde in het item over Engels op de universiteit. Scholieren die net van het VWO of HAVO komen denken inderdaad dat ze erg goed zijn. Sommigen zijn dat ook, mede dankzij honderden uren Netflix, maar de meesten eigenlijk niet.

Want VWO Engels is niet hetzelfde als WO Engels. Afgezien van het feit dat de docent slecht Engels spreekt (maar ja, wat is “slecht Engels”), is het niveau van de artikelen vaak vele malen hoger dan het Guardian artikel wat gebruikt wordt in een eindexamen. Het zit vol vakjargon, extreem lange en complexe zinnen, en gebruikt taal wat je niet tegenkomt op TV. Voor studenten is deze stap te groot: we eisen een X aantal ECTS voor een BSA (waar ik voorstander van ben!), we willen af van de zesjes cultuur, en we willen dat mensen een bestuursfunctie doen want dat is goed voor je CV. Daar komt nog een vreemde taal bovenop.

Het kost studenten veel meer tijd om in de vreemde taal te studeren en om in de vreemde taal de nieuwe stof te verwerken. Een voorbeeld: een “gewone” vwo leerling hoeft maar één keer uitgelegd te worden wat de geschiedenis van Frankrijk is. Een leerling aan het twee talig onderwijs (TTO) moet het drie keer uitgelegd krijgen. Dan beheerst deze leerling wel de taal en de stof. TTO leerlingen zijn uiteindelijk ook communicatief sterker dan niet-TTO leerlingen.

Maar slechts een klein aantal scholen in Nederland heeft TTO en dus ook maar een selecte groep studenten maakt kennis met het studeren in het Engels. Daar komt ook nog bij dat de meeste taaldocenten les geven in het Nederlands, en dat de meeste taallessen gaan over grammatica. Twee cruciale fouten waar we eigenlijk niks aan hebben, want met grammatica wordt het lezen van een academische tekst niet makkelijker. Een Engelse les zou zich moeten richten op communicatieve vaardigheden, en niet op grammatica. Docenten die Nederlands spreken in de Engelse les geven de leerlingen niet de mogelijkheid om de taal goed te oefenen, en hun spreekvaardigheid is daarom ook veel zwakker dan bij leerlingen die docenten hebben die Engels spreken in de les. Zolang we Nederlands spreken in de Engelse les (ook op vmbo/havo!), zullen leerlingen niet in staat zijn om de taal goed genoeg te beheersen om in het vervolgonderwijs een opleiding/studie te volbrengen in het Engels. In mijn lessen (of het nou onderbouw of bovenbouw vmbo/havo/vwo is) is Nederlands spreken niet toegestaan, zelfs niet bij de examenteksten en bij grammatica, en na een aantal weken erg moeilijk kijken vinden leerlingen het wel fijner en leuker om les te krijgen in het Engels.

Ten slotte – en ik roep het al heel lang – moeten we af van het huidige Eindexamen. De grote nadruk op leesvaardigheid maakt het voor docenten onmogelijk om op een manier les te geven die leerlingen communicatief sterker maakt. De taal is véél meer dan leesvaardigheid, en we moeten als docenten meer van de universiteit naar de middelbare school halen. Het schrijven van een academisch essay, het lezen van een academische tekst, of het begrijpen van een hoofdstuk uit een Psychologie boek, zouden onderdeel moeten worden van het curriculum aan de middelbare school. Dit geldt niet alleen voor Engels; ook het vak Nederlands kan hier van profiteren.

Eerstegraads docenten zijn vaak academisch geschoold, en kunnen leerlingen in de bovenbouw havo/vwo veel beter voorbereiden op het hbo en de universiteit door in de Engelse en Nederlandse les aandacht te besteden aan taalvaardigheid in het vervolg onderwijs. Maar dit kan niet zolang we allemaal blijven geloven in Stepping Stones (iets wat al lang weg had gemoeten) en geloven dat grammatica het belangrijkste onderdeel van een taal is. Want je kan in de gehele bovenbouw het English Grammar in Use boek (goed boek, btw) studeren met een docent die Nederlands in de les geeft, maar dat maakt je nog niet communicatief sterk genoeg om een WO opleiding te volbrengen in het Engels.

Dus: zolang we les blijven geven zoals we doen, met Stepping Stones en het leesexamen als einddoel, zullen studenten moeite hebben met Engels in het hoger onderwijs. Laten we de docenten in het hoger onderwijs maar de moeite besparen en gewoon college geven in het Nederlands.

Beste NTR, stop gewoon met Sinterklaas.

Persoonlijk vind ik de hele Sinterklaas en Zwarte Piet discussie overbodig en tijdverspilling, vooral omdat wat je ook doet: er is altijd wel één partij wat achtergelaten wordt. Als je het laat zoals het nu is, staat menig linksmens al klaar om boos te zijn en Facebookpagina’s op te richten. Pas je het aan, dan pas je een jarenlange traditie aan. Met andere woorden: wat moeten ze ermee?

De NTR heeft goed gereageerd door aan te geven dat Zwarte Piet langzaam verandert. Linksmensen zijn zich er volgens mij niet van bewust hoe kinderen, en zij die het feest eigenlijk vieren, ernaar kijken. Ik denk dat de verandering van Zwarte Piet eigenlijk veel verder moet gaan. Volgens mij is het tijd dat we zeggen dat we als Nederland – en misschien België – Sinterklaas niet meer vieren.

Want in alle eerlijkheid: Sinterklaas is zelf ook gebaseerd op leugens. Een man die elk jaar uit Spanje komt varen, met z’n Zwarte Pieten, en die cadeautjes rondbrengen naar kinderen? Hm. Ik herinner me nog dat er vorig jaar een artikel stond op de EO Facebookpagina over de “slijpsteen” waarbij ouders konden aangeven hoe ze Sinterklaas vieren. Sommige ouders vierden het niet omdat het liegen tegen je kinderen is. Anderen vierden het wel, maar maakten wel aan hun kinderen duidelijk wat Sinterklaas nou écht is: gewoon een verzinsel, en geen godheid.

De hele Pietendiscussie (het heeft al een naam!) is voor mij meer een bevestiging dat we moeten stoppen met Sinterklaas vieren, dan een zogenaamde “roep om gelijkheid”. Want ik denk dat er vrij weinig – tot geen – mensen zijn die nog echt Zwarte Piet als slaaf zien. Maar het eerlijkst is gewoon stoppen met Sinterklaas vieren, zodat niemand zijn zin krijgt. Bij de Kerstman is iedereen gewoon niet geschminkt. Lekker eerlijk.

Het moeilijkste beroep aller tijden

Eén van de vakken die ik volg aan de University of Salford is Change in Contemporary English . We bespreken verschillende ontwikkeling die de taal ondergaat, en dan voornamelijk in de twintigste en eenentwintigste eeuw. Het mooie van Engels studeren in Engeland is dat je meer informatie krijgt over Brits Engels vs. Amerikaans Engels en meer informatie over de verschillende nationale varianten.

Het heeft me wel aan het denken gezet. Als toekomstig leraar staan we voor een lastige klus: veel dingen die wij als L2 Engels sprekenden fout vinden, omdat het in Standard English fout is, beginnen tegenwoordig meer en meer geaccepteerd te worden. Denk bijvoorbeeld aan de who vs. whom discussie.

Maar nu de taal zo snel verandert, en gesproken Engels vaker wordt gebruikt in geschreven Engels, staan wij als (toekomstig) leraren voor een heel lastige opgave: wat is fout? L2 learners zullen er minder moeite mee hebben omdat L2 learners vaak later veranderingen zullen voelen; we zijn ten slotte niet 24/7 met de taal bezig. Om leraren hun werk te laten doen, moeten ze echter wel vasthouden aan prescriptive grammar. Dat is grammatica zoals we het in de boeken hebben staan. Maar die boeken worden niet geüpdate aan de hand van wat er in de praktijk gebeurt. Vaak wordt wel genoemd dat een bepaalde constructie acceptabel is in gesproken taal, maar daar blijft het bij.

De grote vraag is dus: hoe moeten docenten Engels in een L1 en L2 omgeving omgaan met veranderingen in de taal? Moeten we alles maar goedkeuren? Moeten wij in Nederland misschien afstappen van het volgen van Brits Engelse regels en standaarden? Moeten we misschien meer ruimte laten voor variatie en Amerikaans Engels? Er moet in ieder geval over gepraat worden. Wat is jouw standaard?

Noot: L1 en L2 wordt gebruikt om aan te geven dat iets een eerste taal (L1) of tweede taal (L2) is.

Exit Christendom

Exit Christendom

De rol van het christelijk geloof is uitgespeeld in Nederland.
Dat stelde Joost Roselaars, predikant van de Nederlandse
Gemeente in Londen deze week in NRC Handelsblad.
Dagenlang rouwde Nederland om de slachtoffers van
de ramp met de MH17, maar ‘tijdens officiele gelegenheden
was er geen enkele verwijzing naar het geloof. In tegenstelling
tot zijn moeder sloot koning Willem-Alexander zijn
toespraak niet af met een bede. Bij aankomst van de kisten
was de ceremonie indrukwekkend, maar vooral door de
stilte die er heerste. Geen muziek, geen gesproken woord.’
En de kerkdienst in Hilversum dan? En de speciale mis die
morgen in Hilversum wordt opgedragen? Dat blijft ‘vooral
voor eigen parochie. Er werd moedig een bijzondere dienst
georganiseerd, waar slechts tweehonderdduizend Nederlanders
naar keken. Op hetzelfde moment keken miljoenen
mensen naar de tocht van de lijkwagens.’ De nationale
herdenking was religieloos. Nederland, constateert Roselaars,
is een post-christelijk land geworden.

Vergelijk de premiers van Australie en Nederland, Tony
Abbott en Mark Rutte. Allebei zijn ze liberaal. Allebei
koesteren ze een rechts imago. Beiden hebben een sterke
band met het christelijk geloof. Abbott zat ooit op de
katholieke priesteropleiding, en ook Rutte schaamde zich
er ooit in dagblad De Pers niet voor zich christen te noemen
(zij het dat hij er later in het Reformatorisch Dagblad
aan toevoegde dat hij wel eens twijfelt of God bestaat).
Australie rouwde in een kathedraal, Nederland op een
vliegveld. En langs de snelweg. Dat had voor Rutte (en voor
koning Willem-Alexander) juist een reden kunnen zijn om
de religieuze ruimte tenminste juist in hun woorden open
te leggen. Maar ze deden het niet. En dat het in een
kathedraal plaatsvond, had voor Abbott de reden kunnen
zijn om erover te zwijgen. Maar hij deed het niet. Abbott
benoemde al in het begin zijn gevoel van machteloosheid,
omdat je nu eenmaal alleen kun doen wat je menselijkerwijs
kunt doen. Hij citeerde prediker 3 (‘voor alles is een
tijd en een plaats’), met een literaire vrijheid die vertrouwdheid
met de tekst verraadt. De staatsman sloot af
met de bede: ‘Moge de genadige God de achtergeblevenen
troosten, en moge de rechtvaardige God al onze gebeden
verhoren.’

Het is waar: de ruimte om in Nederland in het openbaar
religieus te zijn, is sterk ingeperkt, en D66 en GroenLinks
zijn met hun behaalde antireligieuze successen nog lang
niet tevreden. Onze momenten van nationaal stilstaan zijn
in dit opzicht, zeker in internationaal perspectief, schrijnend
schraal en horizontaal geworden. Toch kun je de
conclusie dat Nederland post-christelijk is geworden
uitgerekend uit de afgelopen Nationale Herdenking niet
trekken. Op dit moment van grote rouw besloot de regering,
dat de nationale reactie er een zou zijn van zwijgen.
De hand op de mond. Daarmee heeft Nederland Prediker
3:7c op een indrukwekkende manier serieus genomen.

Rien van den Berg

bron: Nederlands Dagblad, 9 augustus 2014, pagina 3

Wie presteert, zal bereiken!

20 november 2011 – Veel mensen vechten met uitdagingen in hun leven, en dat is eigenlijk helemaal niet verkeerd. Want elke uitdaging is een verlegging van je eigen grenzen.

Ik leg uit.
Dit bericht komt op uit een ervaring van een vriendin van me [m’n vriendin, om eerlijk te zijn]. Ik ga niet in details treden, want dat is niet nodig. Maar het komt erop neer dat ze graag hoger op wilt met school, omdat ze veel meer kan. Daardoor was ze haar zin in alles een beetje verloren, waardoor ze helaas onder ging presteren. Aan het begin van het derde jaar kreeg ze echter een openbaring. Ze had weer zin, en ondanks dat de school helemaal niet zo leuk is, ging ze toch hard aan het werk: veel leren, je best doen, en vooral niet opgeven. Dit loont met ontzettend hoge cijfers, en mensen die ontzettend trots op haar zijn. Met een 9,2 op een School Examen (afgekort: SE), maak je een prachtig begin van je examenperiodes.

En voor jou?
Dit is natuurlijk een motivatie voor ontzettend veel mensen, lijkt mij. Want als je dingen moet doen die je eigenlijk niet wilt doen, heb je al snel de neiging om niet je best te doen (en dat is heel normaal). Maar als je nou eens wel je best gaat doen, om het zo snel mogelijk voorbij te laten gaan, kan je er toch veel meer uit halen?

Gister in de kerk hoorde ik een vrouw praten tegen een man (een zangleider van de kerk). Deze mevrouw had een kind in een psychiatrische instelling, en ze had het erg moeilijk. Ze vroeg de man om voor haar zoon te bidden, en dat deed hij. Daarna zei hij tegen haar:

‘Probeer naar het einde te kijken (en hij wees met zijn vinger naar voren) en dan komt het zeker wel goed. Blijf niet kijken naar de gevechten van nu, maar blijf kijken naar de goede toekomst, en dan komt het goed, in Jezus naam.’

En zo geldt het ook voor anderen denk ik. Zoals mijn vriendin haar oog heeft op de toekomst en presteert, zo kunnen jij en ik ook onze oog op de toekomst houden, en kan je presteren en bereiken wat je graag wilt. Misschien duurt het wel wat langer, maar ik weet zeker dat je je doel bereikt als je presteert. Want: wie presteert, zal bereiken!